Vliegende reporter

0

Vrijdagavond 31 maart. Het duurde lang. Erg lang. Tjeuke wist eigenlijk niet meer waarom hij nog hoop hielt. Hij keek maar weer naar de bezwete kale kop van Willy Oosterhuis, die boven zijn glinsterde groene glitter pak uitkwam. De tribunes zaten vol (ofja, de dansende huisvrouwtjes eisten met hun dansjes alle ruimte wel op). Op de tribunes zat ze ook niet. “wil je nog wat drinken?” vroeg hij aan Brenda. Brenda schudde van nee. Ze was te druk met meezingen van Peeter Beense en Django Wagner. “ik haal nog wel even een biertje” antwoordde Tjeuke. En hij vertrok naar de bar. Het was de ideale manier om toch nog even een ommetje te maken. Kijken of ze er misschien toch zou zijn. Vaag had hij meegekregen dat de paradijsvogel uit Halle, ja uit Halle, er ook zou zijn. (inmiddels had hij wat meer research gedaan en was hij erachter gekomen dat zijn paradijsvogel niet uitvloog vanuit haar nest in Bronckhorst, maar vanuit haar nest in Halle.) Maar helaas. Hij kon haar nergens vinden. Zelfs niet bij het buitenpodium. Dan maar weer terug naar Brenda. Brenda had niet eens door dat hij zo lang weg was geweest. Samen met haar richtte hij zijn blik weer op het podium. Hij keek wederom naar de glanzende kop van Willy Oosterhuis. Het bleef spannend wat Willy deed. Elke keer weer mocht hij de deur openen en elke keer bonsde het hart van Tjeuke vol spanning. Zou ze daar dan achterstaan? Helaas, telkens weer die teleurstelling. Jan Smit, Peter Beense, Django Wagner allemaal kwamen ze voorbij, maar geen Irene. Ondertussen bekroop Tjeuke een gevoel van warmte wanneer hij naar Willy Oosterhuis keek. Willy had zich langzaam ontpopt tot een baken van hoop. Elke keer bracht Willy dat sprankje hoop teweeg wanneer hij weer vol enthousiasme naar de deur op het podium liep. Tjeuke werd keer op keer teleurgesteld, maar Willy bleef de coryfee waarop hij zijn hoop vestigde. Willy, een glimmende, ronde baken van hoop. Een Messias die hij eigenlijk zou moeten volgen, maar niet deed. Brenda wou namelijk naar huis. Het bleek achteraf een aanwijzing te zijn geweest over wat er later dat weekend zou gaan gebeuren…

Later dat weekend,

Niet een dag later,

Maar twee dagen,

Zondag dus,

Zaterdag gebeurde er namelijk niet veel in het Leven van Tjeuke klinkhamer. Hij deed weliswaar de boodschappen en bedacht, omdat een bekende daar om vroeg, nog enkele babynamen bedacht. Maar hij kwam niet verder dan Tjeuke jr. en Brenda. dus niet zo’n bijzondere zaterdag

Enfin, Zondag 2 april. Een prachtige voorjaarsdag, Het zonnetje scheen en de lucht was blauw. Zo’n dag waarvan je zou zeggen; goh wat een mooie dag, geen vuiltje aan de lucht. U kent dat wel. Tjeuke was er net als de mannen van Lemelerveld 4 helemaal klaar voor. Aangekomen bij sportpark heidepark bleken niet alle mannen van Lemelerveld 4 er klaar voor te zijn, want wat zag Tjeuke tot zijn grote verbazing. De wissels waren zowaar Pétanque aan het spelen! Diep van binnen kriebelde het bij Tjeuke. Zou hij de wedstrijd dan maar laten voor wat het was? Zou hij gewoon even lekker boules gaan werpen? Nee dat kon hij niet maken. Zijn relatie met Pétanque was nog pril. Zijn liefde voor Lemelerveld 4 was groter dan dat. Om die reden besloot Tjeuke maar gewoon naar de wedstrijd te gaan. Dit zou achteraf te tweede aanwijzing van het weekend zijn geweest.

De kelder kraker Lemelerveld 4 – Turkse kracht 2. Het was een zogenaamde 6 punten wedstrijd. Het halve dorp was uitgelopen en beide partijen waren er op gebrand om de overwinning over de streep te trekken.. En gebrand dat waren ze zeker. Op het heuvelachtige veld 2 vloog het spel letterlijk heen en weer. Op zo’n beetje elk facet dat met voetbal te maken heeft. Gedomineerd door onkunde golfde het spel op en neer. Iedereen in het veldwas ondertussen (gezellig) aan de babbel en het publiek vermaakte zich opperbest in het zonnetje. Nadat het spel wat op en neer was gegolfd was het Jelle “ikscoornormaalalleenuitstandaardsituaties” de Haan die de ban brak. Hij strafte het geklungel van de keeper af en wist zodoende de thuisploeg op 1-0 te zetten. De thuisploeg kon echter maar even van dit kunstje genieten want Turkse Kracht wist na een voorkant van de zijkant via een rake kopbal de gelijkmaker te maken. Oja, bijna vergeten, ergens tussen het op en neer golvende spel trok een speler van Turkse kracht aan de handrem. Ofja. Hij trapte meer de rem in. Helaas een beetje laat. Dit kwam hem op rood te staan. Niet zo handig. Maarja, hij mocht wel eerder naar de thee. De rest van het veld volgden hem enige tijd daarna. Met een stand van 1-1.

De thee was lekker. Heerlijk zelfs. Had die Shen Nung toch weer goed gedaan.

De tweede helft. Wederom op het heuvelachtige veld. Daar was nog niet zoveel aan veranderd. Het spelbeeld eigenlijk ook niet. Wel kreeg Lemelerveld 4 iets meer de overhand. Maar dat mag ook wel als je met een mannetje meer staat. Toch bleef onkunde de boventoon voeren. Lemelerveld zette aan in hoop de winnende te kunnen maken. Maar de tijd tikte. En tikte. Tjeuke was compleet gefocust op zijn helden. Hij ging helemaal op in de wedstrijd. Hij vergat even alles om zich heen en alles waar hij zich druk om maakte. Pétanque? Nog nooit van gehoord. Irene? Nog nooit van gehoord. Dierenpensioen ’t Hoekje te Lellen? Al helemaal nooit van gehoord. Alles waar Tjeuke op dat moment nog aan kon denken was de wedstrijd. De kelderkraker. De strijd om de rode lantaarn. Hij was zo bezeten van spanning dat hij bijna zelf in het veld wou gaan staan. Hij had zichzelf er al meerdere malen op betrapt dat hij al met 1 voet in het veld stond. Maar toen, rond minuut 75, ging het mis…

Uw vliegende reporter was voor 1 maal dit seizoen ook letterlijk uw vliegende reporter. In indraaiende vrije trap van Lemelerveld leek over iedereen heen, over de achterlijn te vliegen. Tjeuke kon zich niet meer beheersen. De remmen schoten los. Vanaf zijn persplek vloog hij het veld in. Even vergeten dat hij helemaal niet kan voetballen. Wat volgde was een ultieme poging de bal binnen te houden. Met een sprong verplaatste hij zijn lichaam over de achterlijn het veld in. Zijn rechterbeen draaide in de richting van de bal. Op het hoogtepunt van zijn sprong raakten been en bal elkaar. Nee, niet zijn voet, zijn been, onkunde. De bal vloog nog eens 20m verder omhoog en was op weg naar het vangnet. Tjeuke keek hem na. Even vergeten dat hij ook nog moest landen. Krak. [De volgende inhoud is door de administrator verwijderd omdat dit als zeer schokkend kan worden ervaren]. Daar lag hij dan in de gele buffel. (niet zoals die buffels die op de toendra’s van Raalte razen, nee dit was een gestreepte gele buffel) Waar ging het mis? Langzaam begonnen de puzzel stukjes in elkaar te vallen. Willy Oosterhuis was de engel van boven geweest die met zijn glanzende ronde kop had aangestuurd op een carrière switch, althans minstens voor één weekend. Toen Tjeuke deze hint niet begrepen had, werd de volgende hint nog explicieter gedropt voor de wedstrijd in de vorm van een pétanque warming-up. Tjeuke had het allemaal niet gezien. Hij was te eigenwijs om het te zien. Nu besefte hij het te laat. Hij had gewoon Pètanque moeten gaan spelen. Die glimmende ronde ballen lagen hem veel beter dan die leren bal. Het was een wijze les voor hem, maar wel duur moest worden betaald.

Liggend in de gele buffel maakten zijn hersenen overuren. Hij bleef maar denken. Tot hij plots een beetje hoop kreeg. “vervoeren jullie ook paradijsvogels?” vroeg hij aan de ambulanceverpleegster. “nee, hoezo?” vroeg ze. “nou we missen er nog eentje, de laatste keer dat ze er zou zijn verscheen er ook een gele buffel, nu, dit weekend, zou ze er weer zijn. En warempel, weer een gele buffel” antwoordde Tjeuke. “nee die vervoeren we niet” Tjeuke zuchtte. Het zat hem niet mee. Hij pakte zijn mobiel er maar eens bij. Uitslag: 1-1. Zijn helden stonden in ieder geval geen laatste daar zat nog genoeg toekomst muziek in. En hijzelf? Hij kon zich beter op Pétanque gaan richten.

Geef een reactie

*