Varsseveld uit

0

In alle grote nationale competities werd er dit weekend niet gevoetbald in verband met interland verplichtingen. Aangezien het Sterrenessemble ook enkele internationals herbergt kon ook de wedstrijd van uw favoriete team geen doorgang vinden. Om toch de conditie op peil te houden werd er in het geheim een schaduwduel uit tegen Varsseveld gepland. Dit duel vond plaats achter gesloten deuren en was dus uitermate geschikt om nieuwe tactieken te proberen.

Zondagmorgen, als vervangingen voor de kantine werd er aangevangen in de Herberg Coop. Hier verzorgde de teampapa een heerlijk ontbijt voor de spelers die net allen uit hun bed kwamen rollen. Optijd komen is en blijft lastig. Anders dan bij andere wedstrijden werd er niet met koffie gestart, maar met een plopper. Moed indrinken zoals dat heet. Want een uitwedstrijd in Varsseveld is altijd pittig. Voorbereiden is eigenlijk onmogelijk. Zelfs de doorgewinterde Varsseveld-uit veteranen worden ieder jaar weer verrast. “hope for the best, aim for the worst” is het credo voorafgaand aan deze wedstrijd.

Met het ontbijt achter de kiezen konden de mannen van Lemelerveld 4 vanuit de herberg doortrekken naar ‘t hoekje. Hier voegden zij zich bij een met de overige gegadigden uit Lemelerveld die de wedstrijd bij Varsseveld aandurfden. Hier werden wederom enkele gerstennatjes genuttigd, wederom ter bevordering van de moed.(wat zeker geen overbodige luxe is in aanloop naar Varsseveld uit). Zeker voor de jongelingen was dit een belangrijk onderdeel van de voorbereiding. Zo belangrijk dat een enkeling het nodig vond om er direct maar over te gaan op de sterk. Na voldoende vloeibare moed te hebben gedronken kon er om half 10 kon eindelijk met de bus worden afgereisd naar Varsseveld.

Varsseveld uit. Je hebt heksenketels en je hebt de heksenketel van Varsseveld. Het was een stadion dat zijn weerga niet kende. Een witte tempel waar iedereen met knikkende knietjes op het veld staat. Een burcht waar de ultra’s uit Varsseveld geen minuut stil zijn en voor een ontzettende imponerende sfeer zorgen. Een nederzetting dat ging straaltje zonlicht toe liet. Een heiligdom zoals ze dat alleen in Varsseveld hebben.

Een wedstrijd uit tegen Varsseveld was eigenlijk geen wedstrijd meer. Wedstrijden kennen winnaars, in Varsseveld zijn er geen winnaar, maar ook geen verliezers. Het was een machtsstrijd waar iedereen het uiterste uit zichzelf moest halen. Voor zo’n strijd heb je een speciale aanvoerder nodig, een leider die als voorbeeld fungeert voor het hele team. Die uitverkorene was Robert Valk, met Valk had het vierde iemand die hen door deze machstrijd zou heen slepen. Met zijn aanvoerdersband was hij het icoon dat Lemelerveld door de zware strijd zou lozen.

Aangekomen in het stadion bleek het wederom, zoals eigenlijk elk jaar, een heksenketel te zijn. Het was onbeschrijfelijk. De Varsseveld uit veteranen waren ondanks de ervaring wederom overdondert. Valk probeerde zijn manschappen nog wel te begeleiden, maar zelfs Valk kon zijn manschappen niet helemaal scherp krijgen. In het begin was iedereen nog erg zoekende. De posities waren niet helemaal duidelijk. Valk wist dat er al vroeg druk moest worden gezet en naar voren moest worden gespeeld ook al stonden daar de ultra’s van Varsseveld. Zoals eigenlijk elk jaar waren de ultra’s fanatiek als geen ander. Zelfs de veteranen onder de veteranen van Varsseveld uit blijven verbaasd over dit imponerende vocale klanken uitspuwende fenomeen. Naarmate de strijd vorderde en er steeds meer werden in ge(s)goten begon het bij Lemelerveld te lopen. Lemelerveld groeide in de strijd en begon al snel het spel te maken. De ultra’s deden wat ze konden, maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten genoot Lemelerveld juist van de klanken die de ultra’s produceerden. De ultra’s deden nog een ultieme poging door twee man met een hoorn en een microfoon op een blok te plaatsen om zodoende het via de andere flank te proberen, maar dit was tevergeefs. De mannen uit Lemelerveld hielden zich ondanks het vocale geweld prima staande. Dit staande houden was niet alleen de verdienste van valk, nee het vloeibare goud deed ook zeker een duit in het zakje.

Tempel’s zijn de plaatsen waar de werkelijkheid het bovennatuurlijke ontmoet. Elk jaar weer daalt er een engeltje neer in de Varsseveldse tempel. Zou het dit jaar dan ook zo zijn? Lang werd er gehoopt. Verdwaalde blikken speurden de tempel af. Maar er werd niets gespot. Even leek het erop dat er een engeltje was neergedaald. De zaal werd bijna schreeuwend gek en iedereen keek naar het podium waar de engel ten tonele zou moeten verschijnen. Maar helaas. Het was slechts een paard die de koets van de engel moest trekken. Die koets was echter in de hemel achtergebleven. Dus moest iedereen het maar doen met een paard. Ook wel mooi. Maar je verwacht toch meer.. Zoals het cliché luidt: “een gegeven paar mag je niet in de bek kijken.” Accepteren dus maar. Waarschijnlijk dat er ergens anders in het land een godenzoon of dochter is verschenen. Inmiddels deed het vloeibare goud wat het moest doen en bracht het iedereen al in een soort van bovennatuurlijke staat van zijn. Zwevend in deze bovennatuurlijke staat van zijn werd de machtstrijd uitgespeeld.

Na een lange uitputtingsslag konden de mannen uit Lemelerveld met een voldaan gevoel de Varsseveldse tempel verlaten. (nadruk op kon, sommigen hadden hier toch wel erg veel moeite mee). Iedereen verplaatste zich in nog steeds diezelfde bovennatuurlijke staat van zijn naar de bus en met iedereen present kon er weer worden afgereisd naar Lemelerveld.

Dat het een slopende strijd was geweest bleek de terugweg in de bus wel. Waar een aantal mensen al hun energie hadden gegeven en nodig moesten bijtanken, zaten anderen nog veel adrenaline en gingen zij door met waar ze in Varsseveld gestopt waren. Eenmaal in Lemelerveld konden enkele fanatiekelingen er nog een derde helft uit persen in het hoekje. De rest had wel genoeg gehad die dag en droop af naar huis. Om daar bij te kunnen verloren van de machtsstrijd in Varsseveld. Het was een dag die nog lang in ieders geheugen gegrift zou blijven staan. Een dag die toch elk jaar weer een grote bovennatuurlijk schouwspel blijkt te zijn

 

Geef een reactie

*